Beton volgens de NEN-EN 206-1 en de NEN 8005

Voor het vaststellen van de betonsamenstelling van een te storten constructiedeel dienen de gewenste eigenschappen van het beton en de te verwerken betonspecie bekend te zijn. Wij hebben immers informatie nodig om de samenstelling van de te leveren betonspecie te kunnen bepalen.

De uiteindelijke eigenschappen van het beton worden voor een groot deel bepaald door de samenstelling. Daarnaast speelt uiteraard de uitvoering een belangrijke rol voor het verkrijgen van het gewenste eindresultaat. De belangrijkste eigenschappen voor beton zijn sterkte en duurzaamheid.
De verwerkbaarheid is de belangrijkste eigenschap van het te verwerken halffabrikaat, de betonspecie.

De belangrijkste eigenschappen van zowel betonspecie als het verharde beton zijn in de betonvoorschriften vastgelegd, middels diverse klassen. De ontwerper van een constructie kent de functie van het bouwdeel en weet in welke omgeving (milieu) het zal worden toegepast.
Voor de betoneigenschappen op het gebied van sterkte en stijfheid dient de ontwerper een aantal basisgebruikseisen op te geven. Hiertoe behoren de sterkteklasse, de eigenschappen op het gebied van duurzaamheid de milieuklasse(n) en de klasse voor het gehalte van chloriden.
De verwerkbaarheid van de betonspecie, in de voorschriften onderverdeeld in diverse consistentieklassen, wordt bepaald door de verwerker. 
Op basis van de afmeting en/of de dikte van de te storten laag, de afmetingen van de bekisting, de afstand tussen wapeningsstaven, vrije ruimte tussen spankanalen en dergelijke wordt de maximale (nominale) korrelafmeting bepaald.
 
Samengevat: de specificatie van beton dient ten minste de volgens prestatie-eisen te bevatten:
1. de sterkteklasse
2. de milieuklasse(n).
3. de consistentieklasse
4. de nominale korrelafmeting
5. de klasse voor het gehalte aan chloriden.

Voor het bepalen van de uiteindelijk te leveren betonsamenstelling dienen verder de cementsoort en eventuele toevoegingen en/of bijzonderheden aan te worden gegeven.

Speciale toevoegingen kunnen zijn:

  • speciale hulpstoffen
  • staal of kunststofvezels
  • kleurstof

Eventuele bijzonderheden, welke van invloed zijn bij de bepaling van de betonsamenstellingen, zijn wensen of eisen inzake de:

  • sterkte-ontwikkeling
  • weerstand tegen vloeistofindringing (vloeistofdichtbeton)
  • warmte-ontwikkeling tijdens de verharding
  • vertraagde binding
  • eigenschappen om de vorst-dooizoutbestandheid te vergroten
  • verpompbaarheid, te verpompen afstand.

In onze folder “Beton in zeven stappen volgens NEN-EN 206-1/NEN 8005” worden de tabellen met indeling in sterkteklassen, milieuklassen en overig te benoemen eigenschappen weergegeven en waar nodig toegelicht.
Uiteraard kunt u ons te allen tijde om advies vragen.